Amerikaanse Matkop (Chickadee)

[ Home ]

Gedrag, ecologie en natuurlijke geschiedenis

Dit 360 pagina tellende boek is een leuke opsomming van informatie over onderzoek naar de Chickadee en ander Europese mezen. Het Engelstalig boek is prettig leesbaar geschreven, heeft een referentielijst van 29 pagina's en behandelt ongeveer ieder aspect van de mees.

Het boek heeft de volgende hoofdstukken:

1. Algemene natuurlijke geschiedenis
2. Een aantal studie technieken
3. Voedsel en voeren
4. Communicatie
5. Start van het broedseizoen
6. Het latere deel van het broedseizoen
7. Het niet-broedseizoen
8. De winter overleven
9. Overlevingsstrategie en bevolkingsdynamiek
10. Toekomstig onderzoek

(Momenteel lees ik regelmatig een stuk in dit boek en maak ik een Nederlandstalige samenvatting.)

1. Algemene natuurlijke geschiedenis

De Chickadee is een kleine vogel van 10 - 14 gram, heeft na 5 vleugelslagen een vliegsnelheid van 20 kilometer per uur. Vergeleken met andere vogels zijn de poten sterker en langer, hierdoor kunnen ze acrobatische toeren uithalen bij het zoeken naar voedsel. Het gebruik van de poten om voedsel - bijvoorbeeld zonnebloempitten - vast te houden is ongebruikelijk bij vogels, maar typisch gedrag van mezen.
De jonge mezen gaan midden in de zomer in de eerste rui, op de grote vleugenveren en staartveren na, worden alle veren vervangen. Direct er na  - in juli / augustus - vindt de jaarlijkse rui plaats: nu worden alle veren vervangen. Mezen hebben 's zomer en 's winters dus hetzelfde verenkleed! Dit houdt in dat ze verbazend genoeg het hele jaar door een vrijwel constante lichaamstemperatuur hebben. Tijdens de rui bewegen de mezen zo min mogelijk, daarom laten ze zich in juli en augustus weinig zien.
Chickadees maken vrijwel geen gebruik van nestkasten, maar het mannetje en vrouwtje hakken beide zelf een holte in zachte hout of een rotte boomstam. Het vrouwtje bouwt het nest, de jonge Chickadees worden tot 4 weken na het verlaten van het nest door beide ouders gevoerd. De jongen verlaten het gebied waar ze geboren zijn en sluiten zich elders aan bij een groep Chickadees. Het gedrag van de jonge Chickadees in de groep beÔnvloed de rang van de jongen en hiermee de overlevingskans.
Er is geen 2e broed, omdat de Chickadees ongeveer in de rui zitten, als de tijd voor een 2e broed begint.
Chickadees hebben weinig last van parisieten, omdat ze steeds een nieuw nest uithakken en een bestaand nest niet opnieuw gebruiken.
Chickadees nemen vaak een bad. In tijden van droogte nemen ze een 'dauw' bad of een sneeuwbad.

Hoge ouderdom en natuurlijke vijanden
De oudste Chickadee is 12 jaar en 5 maanden oud geworden. De gemiddelde leeftijd is 2,5 jaar.
De vijanden van de Chickadee zijn: de havik, sperwer, torenvalk, smelleken, Noordamerikaanse dwerguil en klapekster. Gelukkig is een gezonde Chickadee lenig genoeg om te ontsnappen aan de vijanden. Alleen zieke, verzwakte en oude Chickadees zullen door een roofvogel gevangen worden.
De huiskat is een gevaar in de buurt van voerdertafels. De niet-vliegende vijanden die de Chickadee op het nest aanvallen of het op de eieren gemund hebben zijn: eekhoorn, wezel en slakken. De bruinkopkoekoek is een geduchte vogel die het presteert eieren in het nest van de Chickadee te leggen.

Familie verbanden
De Noord Amerikaanse Chickadee en de Kuifmezen zijn van het geslacht Parus, familie Paridae en orde Oscines (= zangvogels). Ze zijn familie van de boomklever en boomkruiper. Het leefgebied is Noord Amerika, EuraziŽ en een deel van Afrika. Ze komen niet voor in Zuid Amerika en AustraliŽ.
De Latijnse naam voor de Amerikaanse Matkop is Parus atricapillus, deze naam is in 1766 door de Zweedse natuuronderzoeker Caralos Linnaeus gegeven. De naam betekent 'mees met zwart kap'. De Amerikaanse Matkop is niet hetzelfde als de (Europese) Matkop, de zang en het verenkleed zijn verschillend.
De Noord Amerikaanse Chickadee is te verdelen in 2 groepen,  bruin gekapte Chickadee en de zwart gekapte Chickadee:

Latijnse naam Engelse naam Nederlandse naam jaartal naamgever
- bruin gekapte Chickadee
   Parus hudsonicus Boreal Chikadee Hudsonmees 1772 J.Forster
   Parus rufescens Chestnut-backed Chikadee Kastanjerugmees 1837 C.Townsend
   Parus cinctus Siberian Tit Bruinkopmees 1783 P.Boddaert
- zwart gekapte Chickadee
   Parus carolinensis Carolina Chikadee Carolina-mees 1834 J.Audubon
   Parus gambeli Mountain Chikadee Gambels Mees 1886 R.Ridgway
   Parus sclateri Mexican Chikadee Grijsflankmees 1897 O.Kleinschmidt

Subsoorten
Door de grote geografische verspreiding, variatie aan klimaten en verblijfplaatsen zijn er onderling veel verschillen in grootte en verenkleed tussen de Chickadees. Er zijn 9 subsoorten, namelijk:

Engelse naam Latijnse naam
- Eastern black-capped Chickadee
- Appalachian black-capped Chickadee
- Newfoundland black-capped Chickadee
- Long tailed Chickadee
- Oregon Chickadee
- Pallid black-capped Chickadee
- Rocky mountain black-capped Chickadee  
- Columbian black-capped Chickadee
- Yokun Chickadee
Parus atricapillus atricapillus
Parus atricapillus practicus
Parus atricapillus bartletti
Parus atricapillus septentrionalis
Parus atricapillus occidentalis
Parus atricapillus nevadensis
Parus atricapillus garrinus
Parus atricapillus fortuitus
Parus atricapillus turneri

2. Een aantal studie technieken

Om mezen te bestuderen moeten ze herkenbaar zijn. Veelal wordt gebruik gemaakt aluminium ringen met nummer of gekleurde ringen. Deze ringen worden om de poten van mezen gedaan:
- 10 dagen na de geboorte, dan kunnen de jonge mezen even uit een nestkast gehaald worden
- nadat ze gevangen zijn met een vangnet.

Bepalen van leeftijd en geslacht
Een Chickadee jonger dan 1 jaar heeft een dunnere kop en is iets donkerder van kleur dan de oudere Chickadee. Ook zijn de staartveren minder versleten dan die van oudere Chickadees. Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes Chickadees is moeilijk te bepalen. Een gebruikte methode is het meten van de lengte van de staart, lengte van de vleugel en het gewicht. Omdat de mannetjes Chickadees groter zijn dan de vrouwtjes, is op deze eenvoudige manier met 90 % zekerheid het geslacht van de Chickadees te bepalen.

Nestkastonderzoek
Met behulp van camera's in combinatie met bewegingssensoren zijn onderzoeken in nestkasten prima uit te voeren: zodra een mees de nestkast binnenkomt, wordt er een foto gemaakt. Te onderzoeken is dan
- welke mees de nestkast binnenkomt (de Chickadees zijn gemerkt met 1 of 2 stippen op de bovenkant van de kop)
- hoe vaak ze de nestkast binnengaan
- welke prooi ze hebben
- hoe groot de prooi is.

Omdat Chickadees bijna geen gebruik maken van nestkast, worden nestkasten voor de helft gevuld met zaagsel. In deze nestkasten kunnen Chickadees zelf een holte graven.

Zenders
In Europa zijn onderzoeken gedaan met behulp van zenders in mezen. In een aantal Matkop mezen was een zender van 0,75 gram ingebracht waarmee de temperatuur van de Matkop mees 500 uur gemeten kon worden. Omdat het signaal geen ver bereik had, werden deze experimenten uitgevoerd op mezen in gevangenschap.
In Groot-BrittanniŽ is onderzoek gedaan met zenders die aan Koolmezen bevestigd werden: de zenders werden vastgeplakt, met een tuigje vastgemaakt of met een clip aan de staart bevestigd. Het signaal van dergelijke zender is tot op 50 meter te ontvangen. Het gewicht van de zenders is ongeveer 1,75 gram, dit is ongeveer 10 procent van het gemiddelde gewicht van een Koolmees.

3. Voedsel en voeren

Een Chickadee heeft 10 kcal per dag nodig, dit is de energie die zit in 1,1 gram vet of 1,7 gram pinda's. Dit betekent dat de Chickadee meer dan 20 procent van z'n lichaamsgewicht per dag moet eten! Gemiddeld bestaat het dieet van de mees uit 70 % dierlijk voedsel en 30 % plantaardig voedsel. In de winter zal het aandeel dierlijk voedsel 50 % zijn en in de zomer 80 tot 90 %.
Het plantaardige voedsel bestaat voornamelijk uit zaden en bessen. De Chickadee is vooral gek op bessen met een waslaagje. Het dierlijke voedsel bestaat uit rupsen, vlinders, motten, spinnen, kevers, (sabel)sprinkhanen en luizen. Ze eten ook wel bijen, duizendpoten, slakken en de harige rupsen die door andere vogels overgeslagen worden. Het meest onverwachte dierlijke eten is dierlijk vet van dode zoogdieren, bijvoorbeeld een dood ree. Een enkele keer is gezien dat de Chickadee vis at.
Een andere lekkernij voor de Chickadee is zoet sap, bijvoorbeeld uit de Canadese maple boom (=esdoorn). Pimpelmezen zijn gesignaleerd bij voeders met vloeistof voor de kolibries.

Soms is extra voedsel van een bepaalde soort nodig:

  • in het voorjaar voor de vrouwtjesmezen is voor productie van eieren eiwitrijk voedsel nodig, ook is calcium nodig voor sterke eierschalen.
  • jonge mezen in de nestkast hebben eiwitrijk en makkelijk te verteren voedsel nodig.
    Tijdens onderzoeken is bepaald welk voedsel naar de jongen mezen gebracht werd, 70 % van het voedsel bestond uit gemakkelijk te verteren larven.

Het zoeken naar voedsel is een complex geheel. De rang van een vogel is van belang voor de plaats waar voedsel gezocht mag worden. Het weer is ook van belang: hoe kouder het is of hoe harder het waait, hoe lager voedsel gezocht wordt.
Mezen onderzoeken graag nieuwe voedselbronnen en leren van elkaar nieuwe manieren om voedsel te vinden. Zo bleken Koolmezen en Pimpelmezen in 1950 in Groot-BrittanniŽ van elkaar te leren hoe ze de dop van de melkflessen konden open prikken, om zich vervolgens te goed te doen aan het laagje room op de melk.

Van de Chickadee en de Glanskop(mees) is bekend dat ze eten verstoppen en tot 28 dagen na verstoppen ook weer kunnen terugvinden.

4. Communicatie

Chickadees kunnen waarschijnlijk, net als andere vogels vrijwel geen geur waarnemen. De smaakwaarneming zal niet beter zijn dan die van de mens. De meeste communicatie is gaat via geluiden en visueel / zichtbaar gedrag. Uit onderzoek blijkt dat Chickadees 15 verschillende geluiden kunnen maken, variŽrend van roepen tot alarm slaan. Het mannetje en vrouwtje kunnen de geluiden beide maken, maar het mannetje wordt het vaakst gehoord. Vooral het mannetje heeft een speciale alarmroep voor snel naderende zoogdieren. Groepsleden zullen zich verschuilen of voor enige minuten bevriezen, ze blijven dan doodstil zitten. Na een zogenaamde "Chick-a-dee" roep zal de complete groep weer geactiveerd worden.
Uit 25 metingen op 1 meter afstand blijkt de alarmroep voor de Mexicaanse Chickadee bij het zien van een nerts uit te komen op 56 decibel.
De geluiden zijn in 2 categorieŽn te plaatsen:
- zang: gedurende het broedseizoen met als doel paarformatie en territorium verdediging
- roep: deze geluiden zijn korter dan de zang, minder gevarieerd en hebben een speciale functie, bijvoorbeeld alarmroep of geluiden om de afstand tussen groepsleden te vergroten of verkleinen.

Visueel gedrag komt bijvoorbeeld tot uiting als mezen elkaar verjagen, de vleugels worden als dreigement uitgeslagen. Op de afbeelding is een mees in en nestkast te zien die een andere vogel probeerde af te schrikken. De vleugels werden extreem uitgespreid en er was een knal te horen toen de vleugels dichtgeslagen werden.

5. Start van het broedseizoen

De Chickadee is monogaam, in tegenstelling tot 5% van de Pimpelmezen die polygaam zijn. De mannetjes Chickadee wordt weleens 'gedeeld' met een ander vrouwtje, als de partner doodgegaan is. Paarvorming begint normalerwijze in de herfst. In het voorjaar verlaten mezenparen de groep waarmee ze optrokken, om een nestgelegenheid te gaan zoeken. In gebieden waar het 's winters goed toeven was, willen meer Chickadees een terrirorium bemachtigen dan wat qua oppervlak mogelijk is. Dit heeft tot gevolg de een territorium goed verdedigd dient te worden. De zwakkere Chickadees zullen hun territorium steeds kleiner zien worden en zullen hun heil uiteindelijk elders zoeken. Niet succesvolle Chickadees uit verschillende groepen zullen zich weer tot een nieuwe groep formeren en met elkaar optrekken. Veel leden van dergelijke formaties zijn jonger dan 1 jaar.
De territoriumgrootte van Chickadees is in New York is 3,4 tot 6,9 ha, gemiddeld 5,3 ha; in Massachusset 1,5 tot 7,2 ha, gemiddeld 4,3 ha en in Illenois gemiddeld 1,5 ha. De grootte van het territorium is afhankelijk van een aantal factoren:
- aantal broedende vogels: hoe meer vogels, hoe kleiner het terrritorium
- kwaliteit en aantal bomen en struiken en de aanwezigheid van open vlaktes
Uit onderzoek blijkt dat het territorium afneemt naarmate de nestbouw vordert, ten tijde van het broeden is het territorium het kleinste. Het oppervlak daalt van 100% naar 10%, als de jongen uitvliegen zal het oppervlak toegenomen zijn tot 50% van het oorspronkelijke oppervlak.

Voor verdediging van het territorium zijn 3 fases in defensief gedrag van de Chickadee:
- uitdaging / uitlokking, dit gaat gepaard met roepen
- achtervolging, dit kan wel 15 minuten duren
- gevecht, dit komt zeer zelden voor omdat een gevecht gevaarlijk is (vogels kunnen gewond raken en zijn tijdens een gevecht kwetsbaar voor vijanden). Over het algemeen verdedigen ze zich alleen tegenover soortgenoten.

De start van het broeden is van diverse factoren afhankelijk:
- geografische plaats: zuidelijkere populaties starten eerder dan noordelijke populaties
- leeftijd van het vrouwtje: hoe ouder hoe eerder gestart wordt. (De reden is dat oudere mezen dominanter zijn en in de winter meer vet reserves krijgen. Er is dan minder tijd nodig om het energie niveau te halen voor het leggen van eieren.)
- het weer in het voorjaar is de belangrijkste factor: een warm en droog voorjaar laat rupsen eerder uitkomen.
Als het vrouwtje beslist eieren te gaan leggen, dan duurt het 4 dagen totdat het eerste ei gelegd is. Voor de productie van eieren is 40% meer voedsel nodig dan gebruikelijk. Er wordt steeds 1 ei per dag gelegd. Als het tijdens de eileg periode erg koud wordt, dan kan tijdelijk gestopt worden met eieren leggen. Als het tijdens nestbouw koud wordt, dan zal de 4e dag na de start van een warme periode pas gestart worden met het leggen van eieren.

Dominantie: in de winter is het mannetje dominant, als nestbouw start dan wordt het vrouwtje dominanter.

Voeren en balts: In de periode van nestbouw + broed voert het mannetje het vrouwtje regelmatig, het vrouwtje bedelt dan door te trillen met de vleugels. Tijdens het broeden wordt het vrouwtje ook gevoerd door het mannetje, opvallend vaak worden grote rupsen gebracht.

Bevruchting: Kan bij een Chickadee op ieder moment van de dag plaatsvinden en duurt totaal minder dan een minuut. Verschillende soorten mezen reageren met andere geluiden op elkaar, op deze wijze is kruising tussen verschillende soorten mezen tot een minimale kans verkleind. Tijdens de vruchtbaarste periode - 3 dagen voor het eerste tot 3 dagen voordat het laatste ei gelegd wordt - wordt het vrouwtje 'bewaakt' door het mannetje om overspel te voorkomen.

Nestplaatsen: In holtes van bijvoorbeeld rottend hout hakken beide vogels een nest uit. In Europa hakt alleen de vrouwtjes matkopmees een holte uit. Als gestart wordt met het uithakken, dan worden de houtsnippers "over de schouder" gegooid, op een dusdanige manier (twist met het hoofd) dat ze geen bergje vormen onder de te maken holte. Als de holte groter wordt, worden de houtsnippers een eind vanaf de holte neergegooid. Als een mees de houtsnippers verwijdert, zal de partner verder hakken. Na een minuut of 30 wordt gepauzeerd. Een Chickadee zal zelden gebruik maken van een nestkast, tenzij de nestkast deels gevuld is met zaagsel. Dan kunnen Chickadees toch graven in de nestkast.
In CarliforniŽ waren van de 192 Chickadee nesten er 152 in rottende boomstompen, 15 in dode takken van levende bomen, 12 in palen van omheiningen, 6 in vertakkingen van omgezaagde bomen, 3 in een nestkast, 2 in gevallen takken, 1 in een rottende telefoonpaal en 1 in de onderkant van een houten omheining; 18 van de holtes waren eerder gehakt door een specht. Zacht hout van de els, berk, polpulier, kers en wilg is populair bij de Chickadee.
Tot 20 meter hoog worden nesten uitgehakt. Gewoonlijk wordt een nestholte op 1,5 tot 7 meter hoogte gemaakt. De opening van de holte zit meestal aan de voorkant, in 10% van de nestholtes zit de opening aan de bovenkant.
De diepte van 59 nesten in CarliforniŽ varieerde van 46 cm (ex-spechtennest) tot 10 cm. De gemiddelde diepte was 21 cm. De holte diameter was 6,3 tot 7 cm. De benodigde tijd voor het uithakken varieerde van 4 tot 10 dagen. Hoewel een nest soms hergebruikt wordt, zal bij voorkeur een nieuw nest uitgehakt worden.
De mountain Chickadee en de zwarte mees maken gebruik van holtes op geringe hoogte, bijvoorbeeld muizennesten.

Nestbouw: Het vrouwtje bouwt het nest, het mannetje is gewoonlijk wel in de buurt. Een nest is normaal gesproken in 3 tot 4 dagen klaar. Soms al in 2 dagen. 7 Nesten zijn gewogen, deze varieerden van 1,6 tot 10 gram. Uiteraard geeft dit verschil in tijd om een nest te bouwen. Het nest wordt gemaakt van plantaardig materiaal: stukjes schors, dennennaalden, groene mos, dons en pluizen van zaden en zijde en dierlijk materiaal: bont, haar, wol en veren. Tijdens de legperiode van de eieren, worden er vaak nog kleine beetjes fijn materiaal aan het nest toegevoegd. Het vrouwtje zal in de nestkast gaan overnachten. Het mannetje slaapt op een andere plaats in de buurt.

Eileg: Het vrouwtje legt 1 ei per dag, dit ei wordt 's morgens vroeg gelegd. Tijdens deze periode van eileggen, zal het nest een half uur later dan gewoonlijk worden verlaten. Een deel van dit half uur wordt besteed aan het bedekken van de eieren. Eieren van de Chickadee zijn wit met roodbruine spikkels, gemiddeld 15,2 bij 12,2 millimeter (gemeten over 50 eieren). Het nest wordt overdag vrijwel niet bezocht.

6 koolmezen en 6 pimpelmezen in een nest !Broedsel grootte: 1 tot 13 eieren per nest, gewoonlijk - in 80% van de nesten - zal dit liggen tussen 6 en 8 eieren. Nesten van pimpelmezen zijn groter: 1 tot 18 eieren, gemiddeld 11 eieren per nest. "Egg-dumping" ofwel "eieren-dumpen" komt in Europa regelmatig voor. (Zie artikel '6 koolmezen en 6 pimpelmezen in ťťn nestkast '.)
Voor de verschillen in het aantal eieren per nest voor Europese mezen zijn de volgende factoren gevonden:
- in noordelijke gebieden worden meer eieren gelegd dan in zuidelijke gebieden
- kans op mislukken door vijanden bij bijvoorbeeld kuifmezen is zo groot dat gekozen wordt voor een kleiner nest
- hoe vroeger in het voorjaar begonnen wordt, hoe meer eieren er gelegd worden
- hoe later in het jaar een vervangend nest gemaakt wordt, hoe kleiner het aantal eieren (omdat er minder rupsen beschikbaar zijn)
- oudere vrouwtjes mezen leggen meer eieren
- hoe beter de omgeving, hoe meer eieren er gelegd worden
- een grotere nestruimte, leidt tot een groter aantal eieren
- de overlevingskans van jonge mezen heeft invloed op de grote van het nest (de overlevingskans van koolmezen is groter dan van pimpelmezen; het aantal eieren van pimpelmezen is gemiddeld groter dan van koolmezen).

Uitbroeden van de eieren: Alleen het vrouwtje broedt de eieren uit. Als de laatste eieren gelegd zijn, dan is de broedplek van het vrouwtje goed ontwikkeld. De veren op de buik zijn verdwenen, extra aders zijn zichtbaar in dit gebied. De veren om de broedplek heen, beschermen tegen onnodig warmte verlies als het nest even verlaten wordt.
Normaal gesproken wordt met broeden begonnen op de dag voordat het laatste ei gelegd wordt. Als er echter een vervangend nest gemaakt wordt, dan kan broeden begonnen worden ruim voordat het laatste ei gelegd is. Er is dan verschil in leeftijd tussen de jonge mezen.

Eierenschalen, omdat de jongen 's nachts uitgekomen zijn. Tijdens de broedperiode zal het mannetje het vrouwtje voeren in de nestkast. Het komt ook voor dat het mannetje roept, waarop het vrouwtje de nestkast verlaat. Soms zal het vrouwtje de nestkast op eigen gelegenheid verlaten, het mannetje zal dan snel komen. De mezen blijven dicht in de buurt van het nest. Bij een meting over 30 uur broeden in 3 dagen, zat het vrouwtje gemiddeld 24 minuten op de eieren en was ze er 8 minuten af. Bij kouder weer zal meer tijd aan broeden besteed worden. De eieren zullen tussen de 12 en 30 uur uitkomen, in volgorde waarin ze gelegd zijn.
De eieren kunnen zowel overdag als 's nachts uitkomen. De eierschalen worden opgegeten of op ruime afstand van het nest verwijderd.

Deze opname is rond half 6 's morgens gemaakt met een infrarood camera. De eierschalen liggen verspreid om de koolmees heen.

wordt vervolgd.......

[ Home ]