Op pad

[ Home ]

Bron: Op pad mei/juni 2001 blz. 71  Serie Sporen: De koolmees

Veel dieren leven 's nachts of zijn er al vandoor voor je ze in de gaten hebt. Alleen de sporen verraden hun aanwezigheid. Een afdruk in het zand, een keutel, een beschadigde boomstam. Als je weet waar je moet kijken, blijkt het bos ineens vol leven.

Koolmeespoepje met bessenpitjes
In de winter eet een koolmees veelal vegetarisch

Een koolmees leeft op grote voet.
De lange tenen (drie voor, één achter) kan hij om een takje klemmen, zodat hij zelfs in slaap het evenwicht bewaart. Alle kleine zangvogels hebben naar verhouding lange tenen; de afdrukken zijn onderling niet van elkaar te onderscheiden. je vindt ze bij slikplekjes en natuurlijk in de sneeuw.
Het maal van een koolmees geeft soms rare resten. Wat te denken van een 'bergje' vlindervleugels onder een struik? Vooral 's morgens, als de vlinders nog koud en traag zijn, weet de koolmees ze te grijpen. De vleugels zijn waarschijnlijk niet lekker en dus trekt de mees die eruit voor hij het sappige lijf oppeuzelt.
In de winter eet een koolmees veelal plantaardig materiaal als zaden, noten en bessen. Maar ook dan wordt een eiwitrijk insect of ander klein gespuis als pissebedden, lieveheersbeestjes en sluipwespen niet versmaad. De mees zoekt onder stukjes loszittende schors van vooral de grove den in de hoop verborgen insecten te vinden. Ook de larven in eikengallen zijn hun leven niet zeker. Bepaalde galwespen leggen hun eieren in eikenbladeren.
De plant reageert hierop met een celwoekering. Er ontstaat een gal. Vooral de bolvormige galappeltjes op eikenbladeren zijn talrijk en bekend. In de gal zit de larve die uit het eitje is gekomen. 's Winters vallen de gallen op de grond en pikt de koolmees ze open. Weer een millimeter stevige winterkost.

De vlindervleugels smaken niet lekker, daarom trekt de koolmees ze eruit.

[ Home ]   [ Naar overzicht ]